De solist

Een jaar of dertig geleden had ik een collega die iedereen kende als ‘de solist’.

Hij zat al heel wat jaren -van jongs af aan- in het accountantsvak. Hij deed alles nog met pen en papier en had een enorme hekel aan al dat ‘moderne’ gedoe met computers. Hij had een aantal grote klanten en stond binnen het kantoor bekend om zijn fiscale kennis. “Dat heb ik van mijn vader, een slimme fiscalist!” Hij werkte een kolommenbalans met de hand uit en gaf de met pen uitgeschreven jaarrekening aan de typekamer. Er was één oudere dame die zijn handschrift kon lezen. De andere dames hadden de moed laten varen na verschillende verbale schermutselingen. Ik zal de kwalificatie die de dames nadien kregen niet noemen. Zijn ego en temperament waren nog groter dan zijn auto. Hij was van Zuid-Amerikaanse afkomst, rookte forse havana’s, reed in grote en glimmende automobielen die hij -toen al- importeerde uit de USA en had een onduidelijke relatie met een Indische vrouw uit Den Haag. “Van adel, goede stand en zeer vermogend”, vertelde hij tijdens zijn spaarzame ‘spreekmomenten’. Het was de tijd dat er nog lustig op werd afgepaft in kantoren en fabrieken. Hij deed daar overtuigend en zonder enige terughoudendheid aan mee. “Er zijn al veel mooie en waardevolle dingen in rook opgegaan!” Zijn kamer stond regelmatig blauw en des middag genoot hij de lunch in een nabij gelegen café.

Aan samenwerken had hij een hekel. Hij deed de klus liever alleen op zijn eigen wijze. Assistenten had hij niet meer. Geen van de jonge mensen die enthousiast waren begonnen als leerling, zoals hij dit noemde, hadden de eindstreep gehaald. Hij was nukkig, soms barbaars onbehoorlijk en heel erg overtuigd van zijn eigen gelijk. Daarnaast had hij weinig geduld. Kortom, niet écht iemand die geschikt is jonge accountants het vak te leren. Soms had hij wel enige sympathie voor een persoon, meestal waren dat dames. “Kijkt helder uit haar ogen, een schrander meisje!” In die zin was het een echte charmeur. Hij was altijd onberispelijk gekleed in dure Italiaanse maatcostuums. Tweemaal ben ik bij hem thuis geweest in het havenkwartier van Rotterdam. Daar bewoonde hij een dubbele verdieping in een grote rederswoning. Het was er zoals ze dit nu noemen shabby-chique met hier en daar kostbaar antiek uit de Empire periode. De bovenste etage had hij ingericht als een bruine kroeg. Wat mij verder opviel was dat er door het hele huis dossiers lagen en bergen papier. Iedereen wist dat hij in zijn vrije tijd nog wat deed met administraties van horecabedrijven. Het gerucht ging dat hij een aantal grote jongens uit de ‘rotterdamse onderwereld’ bij naam kende. Zelf deed hij dat af als ‘roddel en achterklap’! Een zonderling persoon met gebruiksaanwijzing.

Zijn vader had ooit een accountantskantoor gehad in de Haagse regionen. De man was goed bevriend met allerlei ondernemers en lieden van parlement en ambtenarij. Hij kende de toenmalige ‘financiële wereld’ op zijn duimpje. Hij had goede connecties met Zuid-Amerikaanse en Italiaanse zakenlieden. De beste man was tragisch om het leven gekomen tijdens een brand in zijn woning annex kantoor. Naar zeggen was een brandende sigarenpeuk de oorzaak geweest. Rum en brandende sigaren zijn gemene combinaties. Mijn collega vertelde mij -in een vertrouwelijk moment- dat zijn leven er heel anders zou hebben uitgezien als zijn vader niet zo onverwachts zou zijn overleden. “Er was niets meer aan te redden, alles is verloren gegaan, alle klantdossiers, mappen, administraties en andere bescheiden. Daar waren de ‘klanten’ wisselend blij en niet blij mee. In de brand uit de brand. Ik was toen te jong en te onervaren om het zaakje op te pakken. Het enige wat ik heb weten te redden is dit schilderij van mijn vader”. Hij wees mij op het portret van een ruig bedaarde man met een sigaar en een zuiderlijk uiterlijk. ‘Sinds die tijd ben ik op ‘de vlucht”, op zoek naar mijn échte ik!”

Op een  zomerse avond vertelde hij mij -onder het genot van een goede sigaar en een mooie cognac- het verhaal achter zijn onrust. Hij was na het overlijden van zijn vader alleen achtergebleven, zijn moeder was al enige tijd daarvoor ‘heen’ gegaan. “In die tijd ging er nogal wat buiten de boeken om. Mijn vader was boekhouder, belastingadviseur en bankier tegelijk. Je begrijpt dat zo’n brand dan een behoorlijke impact heeft. Overal lag geld en waardepapieren, in kasten, in een kluis, maar ook ‘gewoon’ ergens verborgen. Mijn vader kende het systeem. Die wist van wie wat was en wat uitgeleend werd. Alles schreef hij altijd in ‘zijn’ boekje. Maar ja, ook dat boekje is verloren gegaan evenals alle ‘andere bescheiden’. Vooral de Indische gemeenschap was klant bij mijn vader, maar ook een aantal grote reders en vissers. Ook een aantal Italianen die hier hun handel hadden. Een bonte verzameling van kleurrijke lieden.”

Ik begreep langzamerhand dat deze ‘solist’ niet alleen in het werk strak zijn eigen koers aanhield maar ook in zijn privéleven door de omstandigheden gedwongen ‘solistisch’ bezig was. Zijn enige vertouweling was de Indische dame uit Den Haag!

Ik keek zijn ‘kantoor’ eens rond, overal losse papieren, stapeltjes en rotzooi. Er was niet veel veranderd in die jaren. Alsof zijn vader zo kon binnenstappen. Zijn dure en luxe levensstijl bekostigde hij door in de avonduren bij te klussen. Leverde dat dan zoveel op? Opeens gingen er een aantal lampjes branden. Was de rommel niet onaangeroerd na mijn eerste bezoek? Was het een facade die hij in stand hield? Wie is de geheimzinnige en vermogende Indische dame?  Was alles van waarde wel in rook opgegaan? Toen ik terug naar huis reed probeerde ik de ontsproten gedachte van mij af te zetten. Het zal toch niet waar zijn?

De volgende dag zag ik hem weer komen aanlopen door de brede marmeren hal van het kantoor. Eén en al grandeur! Hij droeg vanwege het zomerse weer een lichtgrijs pak, een helderwit shirt en een blauw zijden das met pochet. Het kleurde goed bij zijn bruine kop. “Ik zit veel bij die Indische dame in de Scheveningse zon!”  De eerste sigaar -die smaakt altijd zo lekker- hing al in zijn mond. Ik keek hem aan, hij kon een glimlach niet onderdrukken. “Ja jongen, het was gezellig gisterenavond, fijn zo openhartig (?!) met je gesproken te hebben. Toen je weg was heb ik nog snel even een boekhouding bijgewerkt” Ik betrapte me erop dat ik dacht: “Van je vader zeker!”

 

 

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Terug

© Hans Klaasse.