De vier stappen naar ‘aanvaarding’

“Het is wat met al die veranderingen!”

De bestuurder van de accountantsorganisatie zuchtte nog maar eens. Een jaar geleden verkondigde hij nog -welliswaar tegen beter weten in- dat zijn ‘club’ in staat was geld te blijven verdienen aan commodity. “En dat tegen een faire prijs, want wij leveren een goede dienstverlening. Door automatisering krijgen we ruimte in de budgetten en die kunnen we ‘gewoon’ blijven uitdeclareren”. Een paar maanden later had hij de oplossing bedacht voor de extreem vroege start van de leegloopperiode. Dat is -even voor de buitenstaander- een periode waarin het meerendeel van de assistenten, maar ook dure accountants en adviseurs, niets anders te doen hebben dan het archief opruimen. “Ik heb een paar mooie adviesproducten bedacht en die moeten jullie gaan verkopen. Zo komen wij het najaar en de winter door.” De slimmerik! Ook vond hij samen met zijn collega bestuurders dat in de afgelopen jaren -door hem- toch wel veel waarde was toegevoegd aan zijn organisatie en dat het tijd werd te oogsten. Waren de toehoorders doof? Nee, het waren allen mensen die het ‘management’ van deze organisatie vertegenwoordigden. Horende doof en ziende blind! U begrijpt, niet alleen de arme bestuurder maar ook het management zaten nog in de ontkenningsfase.

Maar nu zuchtte hij dat het een lievelust was. Hij was boos. Boos op iedereen. Op zijn mensen, op de vakbond en op zijn onwillige -ontevreden- klanten. Het ging niet best. Het zat niet mee. De omzet zag hij dalen en de marge was gekrompen naar een belabberd percentage. De kosten en afschrijvingen waren hoger dan de opbrengst uit declaraties. Hoelang zou de bank dit nog dulden? En dan al die lastige mensen die hij had aangenomen. Waarom gaan ze niet gewoon adviseren of ander nuttig werk doen? Ze gingen zich steeds meer ‘roeren’ en voelde zich het slachtoffer van zijn wanbeleid. Lieden met een eigen mening waren niet zijn vrienden. De goede mensen gingen natuurlijk weer als eerste lopen, aan de ene kant baalde hij daarvan, maar anderzijds waren het ook dure mensen en ze leverde hem toch te weinig op. Kortom hij kwam in protest. Deze boosheidfase deed hem soms schrikken van zijn eigen gedachten.

Maar na een diepe zucht hervond hij zichzelf. Hij ging vechten. Hij moest en zou winnen. Net als vroeger. Zijn plannen waren nog niet allemaal uitgevoerd. Hij wilde nog groeien. In een krimpende markt groeien is best moeilijk, maar hij had er zin in. Hij had nog een paar ‘pannetjes’ op het vuur staan. Een nieuwe dienstverlening, oké hij was er wel wat laat mee en het liep niet allemaal zoals hij dacht en de groeitarget haalde hij van geen kant, maar hij kon er in ieder geval mee pronken. Hij was de laatste maanden gewend geraakt aan tegenslag. Overname’s die op een mislukking uit draaiden en de laatst geplande aankoop ging op het laatste moment niet door. Ze trokken hun neus voor zijn avances op. Van de commissarissen had hij gelukkig weinig last, die waren best tevreden met zijn verhalen. Hij zat behoorlijk stevig in de onderhandel- en vechtfase.

Zuchtend dronk hij zijn glas wijn leeg. Zou hij wat sterkers nemen? Als je zo alleen zit met al je gedachten ‘hoe het had kunnen zijn en hoe het nu is’ dan moet je wel een sterk karakter hebben om te overleven. Je moet dan met beide poten stevig in de klei staan. Gelukkig deed hij nog andere leuke dingen. Die vond hij soms veel leuker, bedacht hij zich glimlachend. Wanneer had hij trouwens voor het laatst écht gelachen? Maar ja, óók dat kantoor moet blijven draaien. Geregeld had hij leuke transacties gedaan en waarom zat alles nu zo tegen? Hij zou zijn ‘relatie contactpersoon’ weer eens bellen. Misschien had hij wel iets leuks -een hopeloos geval- en goedkoops voor hem. Dan kon hij toch nog groeien! Maar ‘zijn vriend’ nam niet op. Gisteren ook al niet. Er zal toch niets met hem zijn? Morgen maar weer eens proberen. Ook zijn bankstand was niet om blij van te worden. Hij werd er een beetje somber van. Hij kwam toch niet in de depressiefase?!

Alles overziende slaakte hij een diepe zucht. Hadden die betweters dan toch gelijk gehad. Was zijn snelle en slimme aanpak dan niet de juiste geweest? Hij had toch een aantal getrouwe mensen rond zijn plannen weten te scharen! Oké, het had hem best veel geld gekost maar de investering zou toch gaan renderen?! Had hij beter op de signalen moeten letten en meer moeten investeren in zijn ‘goede’ mensen? Geduld moeten hebben en niet altijd zijn zin moeten doordrijven? Waren die kritische mensen dan toch beter dan al die ‘ja-knikkers’ die als een applausmachine fungeerden? Had hij dan zo weinig mensenkennis? Maar het was altijd zo’n lekker gevoel gelijk te krijgen! Hoe zou het nu verder gaan? Kon hij nog iets redden? Of ‘was dit het dan’? Langzaam bekroop hem de gedachte dat hij -ongemerkt- in de aanvaardingsfase was beland.

Zuchtend en badend in het zweet werd hij wakker. Het was pas half drie. Hij zuchtte maar weer eens en dacht: “Komt van al die vervelende en sombere berichten in die accountancybladen, ik kan ze maar beter niet meer lezen!”

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Terug

© Hans Klaasse.