Uitnodiging of bevestiging?

“Zou jij eens willen kijken of er een oplossing te bedenken is!” Deze vraag krijg ik vaak als Mediator en conflictbemiddelaar. Een paar jaar geleden kreeg ik een telefoontje van een oud-zakenrelatie. Weet het nog goed! Altijd onverwacht. Ik krabbel dan eens achter mijn oren, schraap mijn keel en grijp alle moed bij elkaar en zeg dan meestal: “Ja!”  Kan namelijk moeilijk ‘nee’ zeggen. Misschien is het een afwijking. Ik geniet van andermans problemen. Er zijn zoveel mensen die zich druk maken om niets en ruzie zoeken vanwege een afwijkend hoge zelfoverschatting en een (te) groot ego. Ach, iedereen zijn of haar ding. Ik kan mijn ‘oordeel’ makkelijk uitzetten. Ik schakel mijn ‘oordeel’ naar een lage frequentiegolf en spits mijn oren op zoek naar ‘breuken’ die ik kan openwrikken. Mediaten en conflicten oplossen werkt als een verslaving. Het is namelijk lekker om oplossingen te bedenken. Gelukkig zijn er slechtere en schadelijker verslavingen!

“Wil jij eens langskomen. Laten we afspreken bij jou op kantoor”. Is dit een uitnodiging of een bevestiging? Het telefoontje van een oud-zakenrelatie klonk niet bepaald vrolijk. Hij had problemen. Misschien zou door middel van mediation of een ‘goed gesprek’ het geschil te beslechten zijn. Hij wilde liever geen bemoeienis van advocaten en zeker niet van rechters. Mediation kan veel problemen oplossen. Partijen moeten echter wel samen willen. Daar is soms wat aansporing voor nodig. De Mediator is onafhankelijk maar wel deskundig. Iemand die in staat is het zakelijke van het emotionele te scheiden. Het probleem van de gevolgen. Het gaat om ontleden, delen en verdelen. Vaak is het een kwestie van argumenteren, terugkeren en wederkeren. Geheimzinnig? Nee, geenszins. Terwijl ik nadacht over de afspraak ging de bel van de voordeur. De man keek mij vermoeid en bijna moedeloos aan. Een conflict oplossen is voor mij altijd een feestje!

“Ik zit met een geweldig probleem. Ik ben bedreigd door een partij. Het gaat om mijn zoon. Hij heeft veel schulden gemaakt. Verslaafd aan drugs en gokken”. Als een cassettebandje draaide hij zijn verhaal af. Achter elkaar en zonder ophouden. De triestheid was af te lezen aan zijn gerimpelde gelaat. “Koffie?” Ik kende de beste man al jaren. Een gevierd persoon in zijn kleine leefgemeenschap, een ‘kordate’, eerlijke baas voor zijn mensen en goede vader voor zijn kinderen. Twee zoons werken in het bedrijf. Klaarblijkelijk is er dus met één van hen iets aan de hand. Terwijl ik dit overdacht bracht ik zijn koffie binnen. “Melk en suiker?” Hij liet zich de koffie goed smaken, werd rustiger, stak een sigaartje op en begon te vertellen over de aard van de bedreigingen en hoek waaruit deze kwam. Ook de oorzaak van alle ellende werd mij gaandeweg duidelijk. De zoon had bij één van de grootste klanten geld gestolen om zijn verslaving te financieren!

“Ze gaan naar de politie, willen niets meer met ons te maken hebben en dreigen nu mijn zoon-en daardoor mij- aansprakelijk te houden voor zaken waar hij -volgens zijn zeggen- niets mee te maken heeft. Zou jij een bemiddelingspoging willen wagen en deze klant willen bezoeken?” Geen makkelijke opdracht. Ik stak ook maar een sigaartje op! Zou ik de partijen aan tafel krijgen? Soms is daar een list voor nodig! Ik sprak met de zoon. Ik kreeg argwaan omtrent zijn verklaring van het gebeurde. Hij had inderdaad niet zo slim gehandeld. Hij had een deelbetaling niet in de kas verantwoord. Per ongeluk werd de klant aangemaand. Toen is de zaak aan het rollen gegaan. Maar geld gestolen? Nee, daar had hij zich niet schuldig aan gemaakt. Het geld was er nog! “Natuurlijk richten alle verdachtmakingen veel schade aan. En natuurlijk snap ik dat mijn vader twijfelt aan mijn verhaal. Ik weet dat ik heel onhandig ben geweest door geld in onze eigen boekhouding niet te verantwoorden!”

Hij vervolgde. “De zoon van de klant ken ik maar al te goed. Hij doet dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Zijn vader en mijn vader zijn altijd goede zakenvrienden geweest. Door mijn domme handelswijze ben ik in de problemen gekomen. Mijn ‘vriendje in crime’ heeft op een handige wijze zijn verdachtmakingen weten om te zetten in een -op mij gerichte- actie . Hierdoor heb ik ‘hen’ munitie geven om mij van meer te verdenken dan waarvoor ik schuldig ben. Zijn vader kent zijn verslaving net zo goed als ik. Maar -zo gaat het nu eenmaal- hij gelooft zijn zoon. Misplaats vertrouwen van de vader! Die heeft -tegen beter weten in- zijn malversaties afgeschoven op mijn onbeholpen gedrag. Ik ben nu de gebeten hond, maar het is een heel ingewikkeld verhaal. Hij heeft namelijk zijn vader bedrogen. Net als ik weliswaar. Maar nu probeert hij zijn straatje schoon te vegen. Met mij als schuldige. Waar rook is is vuur”. Ik vertrok naar de bewuste klant!

Een bedrijf in kachels, binnen en buiten, hout en gas, toebehoren en vooral veel brandhout. Een jongeman ontving mij. “Ga maar naar het kantoortje, daar zit iemand” Ik trad het vertrek binnen dat bol stond van de rook. Houtvuurtje? Ik herkende de lucht. “Ook een open haard?” De man van pakweg dertig jaar achter het bureautje zat geld te tellen. Op de tafel lag een spiegeltje met ‘wit’, nam mijn scherpe observatie waar! Hij schrok op. De ‘peuk’ in zijn mond was vet en aromatisch. Ik herkende de geur! “Ik kom namens een maatje van je”. Ik wist op dit moment dat ik met vuur speelde. “Hij stuurde me hier naar toe voor wat handel”. Ik wist dat dit ‘pokerspelletje’ weleens helemaal verkeerd kon aflopen. Een conflictbemiddelaar moet van wat avontuur houden! De man keek mij vragend aan. “Is senior er wellicht?” Geen antwoord. “Ik heb hier namelijk een verklaring die ik hem graag zou willen laten zien. Er speelt een kwestie die in fiscale zin tot strafvervolging kan leiden!” Soms is er wat ‘wrikken’ nodig!

“Wie ben jij?”, klonk het. “Wie ben jij?”, luidde mijn antwoord. Ik liet hem over mijn identiteit in het ongewisse. “De zoon?” Ik vertelde hem wat ik wist, fantaseerde er daarnaast lustig op los, gedroeg mij als een ‘soort onderzoeker’ en vertelde over de relatie tussen hem en de ‘andere’ junior “zijn partner in crime”. Ik verhaalde de relatie tussen beide senioren –en hoe sneu het allemaal was- en vertelde hem over de zaken die mij ‘vertrouwelijk ter oren waren gekomen’. Ik liet hem wat rekensommen zien en oreerde over FIOD invallen, boekenonderzoeken en gerechtelijke dwalingen. “Zullen die oudjes niet blij mee zijn!” Ik onthield hem mijn goede adviezen over het voorkomen van een hoop ellende niet. Het recht zal zegevieren. Ik bepaalde schaamteloos zijn positie en calculeerde hardop zijn mogelijke risico’s. “Er ligt een stalen pijpje op de grond. Is dat van jou?!”, fluisterde ik hem terloops toe. “Misschien is het beter om even met elkaar af te spreken en wat dingen onderling te regelen. Niet hier. Liever bij u op kantoor!”, was zijn –ietwat– onzekere reactie. Wanneer had ik dit meer gehoord?

“Is dit een uitnodiging of een bevestiging?”

hans@klaasse-klaasse.nl  hans@valeuraccountants.nl

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Terug

© Hans Klaasse.