Houdbaarheid en verschraling

De houdbaarheid van leiders is mede afhankelijk van de wijze waarop de mensen in zijn of haar omgeving op hen reageren. Soms heftig, soms terughoudend maar meestal gelaten. Wat moet je met een leider die niets meer presteert dan op de organisatie passen? De kracht is er van af. In deze tijd verwachten we –terecht– iets meer van een leider. Heel iets meer! Daadkracht, inspiratie, een gloedvolle toekomstgerichte visie en overtuigend loyale trouw aan de missie. Dat is niet alles, een leider moet nog meer doen. Hij of zij moet vitaal en energiek mensen met elkaar in verbinding brengen. Innovatief, vernieuwend en doelgericht. Voor de troepen uit de route bepalen naar mooie vergezichten en een vruchtbare voedingsbodem voor succes. “Wacht u dus voor verschraald leiderschap!”

Deze uitspraak deed een hoogleraar tijdens een gastcollege voor ondernemers. Verschraald leiderschap bestaat echt! Hiermee willen we aangeven dat ‘de leider’ niet meer presteert dan nodig is om in dienst van de organisatie te blijven. Hij is dus geen ondernemer meer maar hooguit een slechte oppasser. U denkt wellicht: “Dit zal wel heel weinig voorkomen!” Ik moet u teleurstellen, ik kom ze namelijk regelmatig tegen. Inspiratieloze mensen die nauwelijks nog in staat zijn om de energie op te brengen om de organisatie perspectief te bieden en door de veranderende omgeving en omstandigheden heen te loodsen. Dat is natuurlijk levensgevaarlijk. Juist nu moet een organisatie weerbaar en bewegelijk zijn. En juist deze leiders bewegen nauwelijks meer. Verschraald leiderschap ligt met name op de loer als dit type ‘leiders’ te lang hun positie weten te behouden. Sommige leiders zitten in het pluche wat ‘rond om zich heen’ te dromen. U begrijpt dat zij deze comfortabele ‘zetel’ niet snel wensen te verlaten. De oproep van de hoogleraar aan de verzamelde leiders was dus een serieuze boodschap om het eigen leiderschap eens tegen het felle licht van de confronterende waarheid te houden. Ben ik als leider nog wel relevant en waardevol? Ben ik nog steeds de juiste persoon om mijn organisatie te leiden? Op welke verheffende daden en besluiten kan ik bogen? Kortom, een ‘echte leider’ zal gedreven door zelfkennis en een beetje zelfspot zichzelf regelmatig voor de spiegel aantreffen met de vraag: “Doe ik er eigenlijk nog wel toe?” Tja, dat is een hele confrontatie!

Doet u dat weleens? En komt u dan tot de eerlijke en ontluisterende conclusie dat het slecht gesteld is met uw leiderschap? Dan moet u de daad bij het woord voegen. “Ik doe er niet meer toe, dus ik vertrek!” Een daad van moed en beleid. Het kan ook zijn dat anderen vinden dat het leiderschap niet (meer) brengt wat beoogd werd. Dat kunnen commissarissen zijn of andere toezichthouders. Maar ook aandeelhouders of financiers. Die laatsten zie je trouwens –opvallend genoeg– nog weinig de strijd aangaan. In Amerika zijn ze daar heel makkelijk in. Van de leider wordt verwacht dat hij de organisatie verder brengt en uit de ‘gevarenzone’ weet te houden. In Nederland zijn we wellicht te fatsoenlijk, te afwachtend of gewoon naïef. Hoewel een organisatie al jaren slecht presteert blijven ‘stakeholders’ lang trouw aan de leider. Ze verwachten er eigenlijk niet veel meer van maar ze laten de beste man of vrouw ‘rustig’ zitten. Bang voor verstoring van het wankel evenwicht? Dit is echter ‘schijnveiligheid’ voor de leider. Achter de rug van de leider slijpen sommigen wel degelijk de messen. Opeens zit het scherpe voorwerp in het kwetsbare lichaamsdeel van de leider. Denk bijvoorbeeld aan het vertrek -kortgeleden- van de gehele Raad van Bestuur van een grote onderneming. Ternauwernood gered van de ondergang vanwege falend leiderschap. Het kan zomaar opeens gebeuren!

Waarom houden slecht presterende leiders het toch nog zo lang vol? Wel, hun leiderschapsstijl heeft iets weg van een gezelligheidsvereniging. Dit type leider besteedt veel zorgzame aandacht aan de behoefte van mensen. Aan alle mensen? Neen! Vooral de mensen waar hij graag en vaak mee omgaat krijgen prioriteit. Zij bekleden niet zelden een goede positie, het zijn de lijfwachten en beschermers van de leider. “Laten we het vooral goed hebben met elkaar!” Het zijn vaak de ‘mee-beslissers’, de mensen die nodig zijn om de ‘gezelligheid’ erin te houden. Schijnbaar zijn de verhoudingen vriendelijk en gemoedelijk. Ik schreef het al: Dit is echter schijn. Er zit een systeem achter van geslotenheid, passiviteit en tegelijk afbraak. Het verval is ingezet. Gelatenheid! Het is weliswaar prettig maar ook geestdodend en het ontwikkeltempo van de organisatie is nihil. Men is blij met hetgeen men heeft en is niet in voor échte verandering en vernieuwing. Hierdoor is er voor dit type organisaties geen toekomst. Men leeft in het hier en nú en heeft geen idee wat er ‘buiten’ allemaal gaande is. Men viert het eigen feestje en vergeet dat het ‘vijf voor twaalf’ is. Een organisatie is namelijk geen gezelligheidsvereniging waar het fijn toeven is, maar moet levendig, transparant en dynamisch iedere dag opnieuw prestaties neerzetten. Niet dromen maar handelen, niet mee laveren maar tegen de stroom in zwemmen!

De hoogleraar trok van leer. In eerste instantie denk je bij zo’n uitspraak: “Wacht u voor verschraald leiderschap!” Bah (!), wat negatief. Toch heeft de hooggeleerde wel degelijk een punt. Sommige leiders hebben zich zo slim genesteld dat zij een gevaar vormen voor de organisatie dus ook voor de ‘stakeholders’. Deze zullen vroeg of laat voor hun eigen belang kiezen. En dan zijn er ook nog de werknemers die de dupe kunnen worden van het verschraald leiderschap. Waar geen goede voedingsbodem is ontbreekt groei en ontwikkeling. Waar geen leider is die ploegt en zaait is geen opbrengst. En de leider is uiteindelijk ook een gevaar voor zichzelf. Wat is de oplossing voor het probleem van het verschraald leiderschap? Eigenlijk is de beste oplossing het vertrek van de leider. Dat is wel een heel rigoreuse oplossing zult u denken. Ja dat klopt, vandaar ook de oproep van de professor: “Wacht u voor verschraald leiderschap!” De gevolgen kunnen namelijk desastreus zijn. Vroeg of laat gaat het mis. Alleen wanneer de leider op tijd wakker wordt is er hoop. Maar dan moeten de wortels nog wel ‘levend’ zijn. De intrinsieke drijfveren moeten dan nog wel functioneren. Hoop doet leven. Ik heb echter weinig verschraalde gewassen een hoge opbrengst zien geven. Helaas, een niet zo’n vrolijke boodschap. De hoogleraar zat er niet mee. Hij had zijn zegje gedaan en keek zijn toehoorders recht in de ogen aan!

Na afloop van de bijeenkomst dronk ik nog een kop koffie met één van de deelnemers. Hij vertelde mij: “Goed verhaal en een echte wake-up call” Ik schrok. “Wel, bent u dan een ‘verschraald leider’?”, grapte ik. “Nee dat niet direct, maar ik betrapte mezelf wel op enig moment -tijdens het betoog- op het feit dat ik ook vaak de afweging maak tussen hard optreden en ‘de boel, de boel laten’. Ik ben eerlijk gezegd niet zo’n aanhanger van het ‘prestatie gedreven’ zijn. Er moet een zekere dynamiek zijn, maar we moeten ook de goede verhoudingen bewaren en handhaven!” Ik keek hem eens aan en dacht: “Typisch leiderschap van de gulden middenweg!” Ja precies, de adviseur en zijn beroepsdeformatie!

Wanneer de houdbaarheid is verstreken blijft er niets anders over dan een verschraald en krachteloos residu. De duiding ‘leiderschap’ onwaardig!

Reageer

Je kan deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Terug

© Hans Klaasse.